Griekse architectuur
Start Omhoog Griekse architectuur Romeinse architectuur

 

1. Architraafbouw

Een van de eerste uitingen van de Griekse bouwkunst is te vinden in Mykene: de Leeuwenpoort.

De Griekse bouwmethode noemen we architraafbouw, omdat over de ondersteuningspunten balken werden gelegd die "architraven" genoemd werden. Dit in tegenstelling tot de latere "gewelfbouw" van de Romeinen.

De Leeuwenpoort
De Leeuwenpoort in Mykene

2. Tempels

 

 

De oudste bewaard gebleven Griekse bouwwerken zijn de tempels. Deze werden al vroeg in duurzame natuursteen gebouwd, terwijl voor de overige bouwwerken meestal hout werd gebruikt. De tempels waren opgedragen aan één van de Griekse goden.

Vier plattegronden
Vier mogelijke plattegronden
van een Griekse tempel

De tempels bestaan in verschillende vormen, van klein naar groot. De vorm van de tempel was rechthoekig of rond.

 

Voorkant van een tempel

1. tympaan
2. hoofdgestel

3. monolietzuil
4. stereobaat

Het gebouw stond altijd op een stereobaat, het voorfront laat zuilen zien met daarop een hoofdgestel.

 

Onderdelen

1. akroterion
2. cimaas
3. tympaan
4. geison
5. fries
6. architraaf

7. abacus
8. echinus
9. voluut
10. zuilschacht
11. cannalures

De zuilen zijn opgebouwd uit een basement, een schacht en een kapiteel. De schacht kan uit één stuk bestaan (monoliet) of uit verschillende trommels.

Het hoofdgestel is te verdelen in architraaf, fries, geison, tympaan en cimaas. Aan de voet en de bovenkant van het hoofdgestel staan meestal akroterions.

3. Vormgeving

 

 

 

De Grieken hebben voor hun gebouwen, ook de tempels, oorspronkelijk hout als bouwmateriaal gebruikt. De belangrijke onderdelen werden bekleed met platen van terracotta (gebakken klei). Geleidelijk aan zijn ze meer duurzame, maar ook moeilijker te bewerken natuursteen (kalksteen en marmer) gaan toepassen.

De vormgeving van de Griekse bouwkunst is dan ook voor een groot deel te verklaren aan de hand van de houtbouw. Dit geldt met name voor de Dorische orde.

Op het plaatje hiernaast is bijvoorbeeld goed te zien hoe de balkkoppen die in het houten hoofdgestel aan de voorkant te zien zijn, terugkomen als trigliefen in de steenconstructie.

Hoofdgestellen
Hoofdgestel van de Dorische orde
1. Houtconstructie  2. Steenconstructie

4. Materialen

 

De Griekse bouwmeesters streefden voor de materialen een zo glad mogelijk oppervlak na. Als er kalksteen werd toegepast, werd dit voorzien van een pleisterlaag. Marmer kon echter heel glad worden afgewerkt, waardoor er dan geen pleisterlaag nodig was.

De tempels, maar ook andere openbare gebouwen, werden voorzien van beschilderingen in felle kleuren zoals rood, blauw en geel (goud). Deze oorspronkelijke kleuren zijn bijna allemaal verdwenen. Het ideaalbeeld dat in de 19e eeuw is ontstaan van de "harmonische" witte tempels klopt dus niet met de werkelijkheid.

5. Drie orden

 

In de Griekse bouwkunst onderscheiden we drie stijlen of orden:

Dorisch kapiteel

Dorische orde

Deze orde is in de 6e eeuw v. Chr. ontstaan op de Peloponnesus. Tempels in deze stijl zijn behalve in Griekenland ook in de oorspronkelijke Griekse koloniën langs de Middellandse-Zeekust te vinden. Na de 4e eeuw v. Chr. werd de Dorische stijl niet meer toegepast.

Kenmerkend voor de Dorische orde zijn zware bouwvormen en kleine overspanningen. De bouwmeesters wisten in het begin namelijk nog niet zeker of de steenconstructie wel sterk genoeg zou zijn. Vanaf de 5e eeuw v. Chr. werd de constructie lichter en werden de onderdelen slanker.

Kenmerken:

geen basement
vrij zware zuilschachten met aaneengesloten cannelures
schotelkapiteel
het fries is verdeeld in metopen en trigliefen

 

Ionisch kapiteel

Ionische orde

Kenmerken:

zuilen met een basement
een zuilschacht met bandjes tussen de cannelures
het gekrulde volutenkapiteel
een architraaf bestaande uit drie horizontale balken
het fries dat meestal bestaat uit doorlopend beeldhouwwerk

Typisch voor de Ionische orde is ook het ontbreken van het (Dorische) trigliefenfries (een fries met balkknoppen), maar in de plaats daarvan een doorlopend reliëffries. Bij veel Ionische gebouwen is ook een glad fries gebruikt.

Korintisch kapiteel

Korintische orde

Deze lijkt veel op de Ionische, maar heeft een kelkvormig kapiteel met de bladervorm van een acanthusplant.

6. Tempelresten

 

 

De Akropolis
De Akropolis

De bekendste tempels staan op de Akropolis in Athene (een akropolis was oorspronkelijk een burcht die meestal op een heuvel was gelegen). Deze tempels zijn allemaal gemaakt van wit marmer. Het zijn het Partheon (445 v. Chr.), de Nikètempel, (425 v. Chr.), de Propyleeën en het Erechtheion (415 v. Chr.) met de beroemde Kariatidenhal.

Ook in andere Griekse steden als Korinthe, Olympia en Delphi staan nog resten van prachtige tempels, evenals in de Griekse koloniën in Italië en Klein-Azië.

7. Profane bouwkunsten

 

Het beeld van de Griekse bouwkunst vooral wordt bepaald door de tempels. De profane (wereldlijke) bouwwerken mogen echter ook niet vergeten worden. Er zijn veel profane bouwwerken bewaard gebleven, soms zelfs de ruïne van een hele stad. Op deze manier is er veel bekend geworden over het dagelijkse leven van de Grieken.

Het marktplein, de agora, was het centrum van het Griekse stadsleven. Aan de Griekse agora in Athene staat de Stoa van Atalos (150 v. Chr.), een overdekte zuilengalerij met een bovenverdieping. De stoa werd gebruikt als marktplaats.

Stoa van Atalos
Stoa van Atalos

 

Theater van Epidaurus
Theater van Epidaurus

Het Griekse theater werd meestal tegen de helling van een berg gebouwd.

Het theater van Epidauros (300 v. Chr.) is bekend om zijn uitstekende akoestiek. Er passen ongeveer 14.000 toeschouwers in.

In de steden in Klein-Azië, zoals Eféze, Milete en Pergamon, verrezen openbare gebouwen als paleizen, raadhuizen, bibliotheken en ook stoa's. Een bekend voorbeeld van sacrale (religieuze) bouwkunst is het Zeusaltaar uit Pergamon, waarvan nu een replica in het Pergamonmuseum in Berlijn staat.

De woningen van de Grieken waren vrij bescheiden. Er was één verdieping rondom een binnenplaats, waar meestal een zuilengalerij omheen liep. De daken waren met pannen bedekt. De vloeren hadden een mozaïekpatroon en de binnenmuren waren geverfd. De meeste huizen hadden een badkamer.

Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl084/main.html?degrieken_kenmerken7